Avonturiers

Standaard

Column AvonturiersNa bijna acht jaar in Afrika, kan ik niet ontkomen aan de conclusie dat Nederlanders de meest avontuurlijke mensen ter wereld zijn. Natuurlijk doel ik niet op die reuzegezellige landgenoten die aan de voet van de Tafelberg samenklitten en van Kaapse wijntjes nippen, maar op de pioniers van stoffige weggetjes en karrensporen in uithoeken van het continent. Of ze nou spulletjes komen verkopen of doneren, schooltjes komen bouwen of ‘gewoon’ op vakantie zijn, allemaal barsten ze van die veelbesproken VOC-mentaliteit – net als die 17e eeuwse groenteboeren die ooit Kaapstad uit de grond stampten.

„Hé, twee andere auto’s! Die lui zullen wel uit Nederland komen,” voorspelde mijn (niet-Nederlandse) vrouw onlangs toen we na een urenlange tocht van nog geen twintig kilometer per uur even uitpuften bij het pittoreske meertje Waka Waka in de binnenlanden van Zambia. „Misschien Duitsers,” probeerde ik nog. We stelden ons voor aan de rare snuiters, die op weg bleken naar het onbekende natuurreservaat Lavushi Manda. „Ja, uit Groningen. We weten niet precies welke kant we opmoeten, maar we komen er wel,” grijnsten ze en vervolgden hun pad.

Italianen, Engelsen, Russen, Chinezen en andere normale wereldbewoners boeken het liefst een strak georganiseerde safari of mijden Afrika helemaal. Maar in Nederland woont een slag mensen dat een vliegticket boekt, een vierwielaangedreven voertuig huurt en de wijde wereld intrekt. Dus het echtpaar dat we in de afgelegen Zuid-Afrikaanse streek Venda tegen het lijf lopen blijkt een galerie in Zutphen te hebben, de man die we bij het Zambiaanse stamhoofd Chitambo ontmoeten is een documentairemaker uit Amsterdam en waar zou die gekke vrouw die met een tractor door Afrika hobbelde toch vandaan komen?

Uiteraard is het bekend dat je overal ter wereld Nederlanders tegenkomt, maar mijn conclusie is dat hoe onherbergzamer de streek, des te groter de kans dat een rondzwerfende buitenlander een Nederlander is. Vaak zijn het van die types die meteen –soms wat nors – laten blijken de ‘Nederlandse gemeenschap’ het liefst te mijden. Maar na een paar minuten blijkt het dan toch altijd wel weer leuk om even in de moedertaal te kletsen.

Olifantenleed

Standaard

Column Olifantenleed in De Telegraaf van 19 september 2013

Hoewel technische storingen, noodweer en ongelukken Nederland treinreizigers vaak tot wanhoop drijven, blijven andere redenen voor vertraging de NS-forens doorgaans bespaard. Zo nam ik onlangs een kijkje bij een olifantenkarkas langs een spoorlijn in Zimbabwe, onderdeel van het avontuurlijke spoortraject tussen Kaapstad in Zuid-Afrika en de Victoriawatervallen.

Zodra we de plaats des onheils naderen, vliegen er honderden kap- en witruggieren op. Als snel wordt echter duidelijk dat de bedreigde vogels niet de enige zijn geweest die korte metten hebben gemaakt met de dode dikhuid. Sporen van autobanden leiden naar de plek en pootafdrukken van diverse nachtelijke aaseters vertellen van hyena’s, jakhalzen en civetkatten. Terwijl wij op de spoorbielzen klimmen voor wat meer CSI, stiefelt er honderd meter verderop een nonchalante gedaante de rails op. Het is een mannetjesleeuw, die waarschijnlijk eerder een flinke portie olifant heeft verorberd – hoog tijd om weer in ons safarivoertuig te klimmen.

De spoorlijn in het westen van Zimbabwe loopt dwars door een enorm natuurgebied, waar het schitterende nationale park Hwange deel van uitmaakt. Onoplettende of verblinde dieren – van muizen en schildpadden tot nijlpaarden en olifanten – lopen er al decennia het gevaar door goederentreinen of intercities te worden geschept. Hoewel illegaal, snellen omwonenden vaak in het holst van de nacht naar zo’n ongeluk toe om repen vlees af te snijden – een welkome afwisseling in het dieet van de straatarme plattelandsbewoners. Om het taaie olifantenvlees enigzins smakelijk te bereiden, moet het wel urenlang pruttelen – sommigen koken de buit voor meer dan 24 uur.

Ook auto-ongelukken met olifanten of antilopes zoals koedoes komen regelmatig voor in Afrikaanse landen, vaak met dodelijk gevolg voor de inzittenden. Voor treinreizigers is het risico echter miniem en klagen over de vertraging doet men zelden. Hoewel de trein volgens onze gids Vusa Ncube meestal doorrijdt na een botsing, is de chaos compleet als een passagierstrein moet stoppen. „Dan springen er overal mensen uit de trein om het kadaver met messen en blote handen te lijf te gaan,” grinnikt Ncube. Dat er gevaarlijke dieren als leeuwen, luipaarden en buffels rondwaren, neemt men dan voor lief.

Tukker in de bonen…

Standaard

Koffieboer Willem heeft hart verpand aan Zambia

Het ongelooflijke levensverhaal van Willem Lublinkhof klinkt afwisselend als een spannend jongensboek en een angstaanjagend treurspel. Geboren in Twente toog hij op zijn 22e uit christelijke overtuiging naar hartje Afrika. In Zambia werd hij één van de grootste koffieboeren en overleefde hij een moordaanslag, auto-ongeluk, vliegtuigcrashes én een faillissement. Zambia zonder de boerderij van Lublinkhof, zei de vorige president, Rupiah Banda, „is als Parijs zonder de Eiffeltoren”.

„Een paradijs? Ja, een zelf gecreëerd paradijs.” Met bescheiden trots vertelt Willem Lublinkhof tijdens een rondleiding over zijn enorme boerderij over de soja- en tarweoogst, de koffieplanten en de enorme stuwdam. „Kijk”, wijst de 67-jarige Nederlander. „Mijn zoon Jesper heeft de boerderij overgenomen en experimenteert hier met koffieplanten die onder bomen groeien en verderop staat een veld vol teff, Ethiopische minitarwe.”

De 1600 hectare grote mubuyu (apenbroodboom) boerderij heeft 568 mensen in dienst en tussen april en September honderden extra om koffiebonen te plukken. Het personeel heeft een voetbalclub en de kinderen gaan naar een schooltje. Nadat hij in 1967 als pluimveedeskundige voor Dienst Over Grenzen naar Zambia kwam, werd Lublinkhof direct de beste vrienden met zijn kok Peter Bunne en diens neef Dennis Mutinta. „Zij leerden mij alles over het leven van de mensen hier.” Lees de rest van dit bericht