Oranje licht in Irak

Standaard

Nederlandse soldaten helpen Irak op eigen benen te staan, maar dat valt hen niet mee. ,,Je kunt veel zeggen van Saddam – ik vind het een gore klootzak – maar hij had de zaak wel goed georganiseerd.”

Van veraf verraden alleen twee oranje lichten de aanwezigheid van landgenoten in de nachtelijke woestijn van Zuid-Irak. Om het sporadische verzet tegen de militaire aanwezigheid in de provincie al-Muthana niet in de kaart te spelen, zijn de legerkampen sinds kort verduisterd. Zo ook de kleine driehoekige basis al-Jasser al-Jadid (Het nieuwe tijdperk), ten zuiden van het dorp al-Khidr. Op die twee oranje lampen van de fitnesstent na dan. Bij de poort staan twee open Mercedes Benz-jeeps met ronkende motoren. Acht militairen laden hun wapens en springen in de MB’s.

Het is fris, nog geen 15 graden celcius. Voor de soldaten van sergeant Hein en korporaal Robert kan het niet koud genoeg zijn na de 55 slopende graden van afgelopen zomer. Op weg naar het hoofdkwartier van de Iraakse Nationale Garde in al-Khidr steken ze de grote weg over. Het is de bevoorradingsroute Jackson, waarover bij daglicht Amerikaanse konvooien richting Bagdad denderen, soms letterlijk over lijken. De Nederlanders gaan een patrouille van de Iraakse politie ‘monitoren’. ,,We rijden achter ze aan en grijpen alleen in als ze om assistentie vragen”, instrueert Hein. Langzaam halen ze de banden met de politie weer aan. Half augustus kwam wachtmeester Jeroen Severs om bij een hinderlaag in het naburige ar-Rumaytah. Diezelfde politie moet daarvan hebben geweten. Het vertrouwen is broos.

Dat wordt er niet beter op als de Irakezen om 3 uur 30, de afgesproken tijd, in geen velden of wegen te bekennen zijn. Het wekt geen verbazing. ,,Het is het allemaal net niet met die lui”, verzucht Daniël. De 20-jarige Friese soldaat heeft er weinig vertrouwen in. Hoewel ze wat training hebben gekregen, blijven het amateurs. ,,Ik heb nou niet het idee dat ze nuttig werk doen.” Patrouilles in het holst van de nacht met ongeletterde provincialen: niet bepaald de favoriete bezigheid van Daniël en zijn kornuiten. Liever gaan ze er overdag op uit om informatie in te winnen bij lokale sheiks of om te checken of waterpompen nog deugen. ,,Een beetje kletsen met die mensen hier.”

Dat de politie weinig soeps is, geven ook de hoge heren inmiddels wel toe. Samen met het leger moeten de agenten de veiligheid in Irak gaan bewaken, zodat de Amerikanen kunnen vertrekken. Maar het is allemaal veel te snel gegaan. Stamleden, vrienden, familie: iedereen kon zich in de chaos van het afgelopen jaar melden voor een baantje. Geld en macht verzekerd. Na een week of twee training de straat op; het is bijna poging tot doodslag. En met een beetje pech lopen de nieuwe dienders doodleuk over naar het verzet. Of durven ze in ieder geval de confrontatie met de extremisten niet aan, bang voor het wel en wee van vrouw en kinderen. De hark moet door het korps, heeft Bagdad al laten weten. Analfabeten en bejaarden, een derde van de hele club, moeten er in ieder geval uit. Met een beetje mazzel strijken de afvallers nog een oprotpremie op van 2000 dollar, toch tweeënhalf jaarsalaris.

Een minuut of tien na de afgesproken tijd, komen de vier Irakezen opdagen. In de pick-up van hun Mitshubitshi is een stoeltje gemonteerd met een uit de kluiten gewassen miltrailleur van Russische makelij. Drie agenten dragen verschillende uniforms, de vierde een gewoon overhemd. Een koddige optocht rijdt het terrein af. Voorop de Irakezen met zaklantaarn en schietijzer, daarachter de Nederlandse jeeps, tot op de tanden bewapend.

Op de hobbelige weg langs de rivier de Eufraat liggen zwerfhonden te slapen en kijken ezeltjes versuft op naar de patrouille. Hanen kranen al om 4 uur, schijnbaar ook ontregeld door de Ramadan. Een oude boer met rood-witte theedoek op zijn hoofd komt aantuffen op een tractortje. Aan een touw trekt hij eenzelfde tractortje met daarop eenzelfde boer met eenzelfde doek. Dit is het legendarische tweestromenland van Eufraat en Tigris: de bakermat van de beschaving. Nu maken de 163 man van de Charlie-compagnie er opnieuw wereldgeschiedenis, hebben Hein, Robert en Daniël bij het bezoek van hun minister gehoord.

,,Ik had het me wel anders voorgesteld”, biecht Daniël op. Hoewel hij de ervaring in Irak voor geen goud had willen missen en de militairen de hele dag keihard werken, gebeurt er weinig spannends in al-Muthanna, vindt hij. ,,Dat is natuurlijk maar goed ook, maar het is soms best saai.” of de 25 tot 30 dagelijkse patrouilles nut hebben, weet hij niet, maar over de hulpprojecten is hij enthousiast. Nederlanders knappen schooltjes op, leggen wegen en rioleringen aan, bouwen een slachthuis en assisteren bij het opzetten van een internetcafé voor vrouwen. ‘Hearts and minds’ winnen bij de bevolking, een nieuwe tak van sport in de krijgskunst.

Voor de soldaten van SFIR-4 zir het er bijna op. Komende maand gaan ze in groepen naar huis. Het is aftellen geblazen, bekent Daniël. Als ze terug gaan neemt iedereen twee sloffen sigaretten mee, het maximum. ,,Een euro dertig per pakje!” Thuis volgt de kroon op de maandenlange soldatengesprekken: ,,Bijna iedereen gaat een auto kopen. Velen hebben er na Afghanistan al een gekocht, maar willen nu weer een nieuwe.” Op missie verdienen militairen zowat een dubbel salaris. ,,Ik denk aan een Opel Astra of een mooie Volvo.”

Terug in al-Khidr roepen luid versterkte cassettebandjes vanuit moskeeën op tot gebed. ,,Ze beginnen weer te brullen”, glimlacht Daniël. Tussen de stank van riolen en afvalhopen, kringelen nu ook aangename etensgeuren. Nog ruim een uur en dan mag niemand meer eten. Ook de Hollanders houden rekening met de vastenmaand door niet in het openbaar te eten of drinken.

Net buiten het dorp toch nog actie. De Irakezen stoppen bij een stilstaande auto en babbelen even quasi-streng met de bestuurder. Dan gaat de duim weer omhoog en vervolgt de patrouille zijn weg. Het is de enige auto die de Irakezen die hele nacht controleren. Eventuele knutselbommen zijn in de gitzwarte nacht al helemaal onzichtbaar. Verderop ligt de Jacksonroute weer. Hein wijst naar een groepje palmen. ,,Vanaf hier zijn drie maanden geleden drie mortieren afgevuurd op het checkpoint voor het Nederlandse kamp.” Daniël kreeg er de bibbers van. ,,Als ze daarop kunnen vuren, kunnen ze ook ons kamp raken. Gelukkig schieten ze meestal mis.” De agenten schijnen met hun zaklamp tussen de palmen en kijken achterom: zien jullie hoe wij alles controleren?

In heel Irak willen arme sloebers bij de politie, in al-Khidr is een baan in het blauw helemaal een uitkomst. Van oudsher heeft haast niemand hier echt werk. Men handelt, sjachert en smokkelt een beetje. Vroeger zat de grens met Saoedi-Arabië potdicht, nu is die zo lek als een mandje. Naar verluidt slepen lokale stammen ongestoord vee, drugs en wapens af en aan. Grenspolitie is er nauwelijks, de politie staat machteloos. Daniël zegt hardop wat de hoogste rangen alleen mompelen. ,,Je kunt veel zeggen van Saddam – ik vind het een gore klootzak – maar hij had de zaak wel goed georganiseerd.”

Commandant van het Iraakse viertal is de vriendelijke twintiger Razab Samir. Ja, hijn is heel erg tevreden met de samenwerking met SFIR. Vrede en veiligheid handhaven gaat de politie prima af, vindt Samir. ,,Maar we kunnen voorlopig niet zonder de Nederlanders”, waarschuwt hij. ,,We hebben eerst zeker 250 man extra nodig rond al-Khidr en zwaardere wapens dan AK-mitrailleurs.” Samirs analyse spoort met die van SFIR-baas Matthijssen. De veiligheidsdiensten van al-Muthanna staan nog in de kinderschoenen en zijn niet volgroeid wanneer Nederland zich half maart terugtrekt. ,,Ze kunnen het nog niet alleen en zijn onvoldoende bewapend tegen terroristen”, voorspelt Matthijssen.

Het is de nachtmerrie van de krijgsmacht dat geen land wil opvullen wat SFIR achterlaat. Als in Najaf de vlam weer in de pan slaat, gaat het ook in de ‘Nederlandse’ provincie geheid mis . Wat in ruim anderhalf jaar aan leger en politie is opgebouwd, kan dan binnen een paar maanden vervallen tot chaos. Zijn twee collega’s dan voor niets gesneuveld, vragen militairen zich af.

Van veraf fonkelen de twee oranje lichten van de fitnesstent al weer. Nadat de Irakezen zijn uitgezwaaid, gaat het op topsnelheid naar ‘Het nieuwe tijdperk’.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s