Kenianen tussen hoop en vrees

Standaard

Na de bloedige stammenstrijd van vorig jaar, zijn het nu weer de corruptie Keniaanse politici die hun land naar de knoppen helpen. Terwijl schandalen en zakkenvullerij hoogtij vieren, houden de hoge heren amechtig hun handje op in het buitenland om hongersnood af te wenden. Toch leeft er bij de doorgaans cynische bevolking een haast religieuze hoop op betere tijden: “Alles wordt beter nu Barack Obama president is.”

Hoewel we onze gordels niet omhebben op de hobbelige zandweg, laat de politieagent ons met een glimlach en een berisping gaan. “Hij wil me niet voor schut zetten tegenover mijn buitenlandse gast,” grinnikt Dominic Kimani, die achter het stuur zit. “Normaal betalen we hen steevast 50 cent, want er is immers altijd wel wat mis met de auto.” Boos op de inhalige dienders is Kimani nooit. De verrotte corruptiecultuur van Kenia is niet hun fout, redeneert hij . “Ze verdienen weinig en vragen slechts om een paar munten. We krijgen dagelijks het slechte voorbeeld van onze politici. Die lui in Nairobi, dat zijn de echte boeven.”

De 26-jarige Kimani is goed geluimd. “We gloeien hier in Kenia allemaal nog na van het inauguratiefeest.” De dag dat Barack Obama – zoon van een Keniaanse vader – als Amerikaans president werd beëdigd, heeft de kansen voor zijn land gekeerd, denkt hij. Kimani is goed opgeleid en zegt ook wel te begrijpen dat Obama Kenia niet allerlei voordeeltjes gaat toespelen vanwege de familiebanden, zoals dat in Afrika gebruikelijk is. “Toch leven we vol verwachting en hoop. Denk je niet dat veel toeristen Kogelo, het arme dorp van Obama’s familie, zullen willen bezoeken?”

Een paar uur eerder was de stemming bedrukter. Op weg van de hoofdstad Nairobi naar Naivasha, het Afrikaanse mekka van Nederlandse bloementelers, genoten we eerst van de oogstrelende vergezichten over de Riftvallei. Maar beneden doemden tentenkampen op, stuk voor stuk bewoond door Kikuyu’s die vorig jaar halsoverkop vanuit Eldoret en andere plaatsen in West-Kenia moesten vluchten. De regering van president Mwai Kibaki verklaarde een half jaar geleden doodleuk dat de etnische conflicten voorbij waren en dat iedereen naar huis kon.

“Nooit van mijn leven,” zegt Zakaria Muturi, die naar de weg komt lopen en ons in zijn VN-tent uitnodigt. Muturi maakt deel uit van de zogenaamde zelfhulpgroep Jikaze (Hard werk in Swahili). “Er zijn wel wat mensen terug gegaan , maar die zijn niet goed bij hun hoofd.” Groepsleider Mohammed Ngugi valt Muturi bij. “Er zijn hier elke vijf jaar verkiezingen en iedere keer is het hetzelfde liedje. We gaan ons leven niet nog eens in de waagschaal stellen.”

Vorig jaar januari kwamen zeker 1500 mensen om na bekendmaking van de omstreden verkiezingsuitslag. Kikuyu’s kwamen onder vuur te liggen – vooral van Luo’s en Kalenjins – omdat zij ‘hun’ Kibaki hadden gesteund, die via fraude de macht zou hebben behouden. De Kikuyu’s namen vervolgens elders in het land wraak. Na bemiddeling van ex-VN chef Kofi Annan kwam een coalitieregering tot stand met Kibaki en diens aartsrivaal Raila Odinga en luwde de agressie.

“Ik had een lucratief handeltje en een mooi huis,” vertelt Ngugi. “Van de ene op de andere dag waren al mijn bezittingen gestolen of vernield.” Tussen tienduizenden vluchtelingen in het sportstadion van Naivasha vond Mohammed 150 gelijkgestemden, die hun 10.000 Schilling (100 euro) compensatiegeld bijeenlegden om een lap land te kopen. “Toen zijn we hier neergestreken,” wijst hij op de dorre grond waar de tenten staan. “Stukje bij beetje willen we hier huizen bouwen.” Maar daar komt nog weinig van terecht. De zelfhulpgroep is nog altijd aangewezen op voedsel van het Rode Kruis en zonder waterpomp zit landbouw er niet in. “Maar de grond is echt ontzettend vruchtbaar,” zegt Ngugi.

Veel van de Kikuyu’s in de kampen – én degenen die bij familie neerstreken – waren boeren in de Riftvallei die voor voedselvoorziening zorgden. Kibaki en Odinga hebben dan ook boter op hun hoofd nu ze het uitblijven van goede regens aanvoeren als de reden dat 10 miljoen mensen voedselhulp nodig hebben. “Door de politieke onlusten hebben veel boeren vorig jaar niet gezaaid – velen zijn zelfs nooit teruggekeerd naar hun land,” zegt Kimani nadat we bij het tentenkamp zijn weggereden. “En dan is er nog de corruptie in de landbouw.”

Enkele policiti en ambtenaren zitten tot aan hun nek in een serie kartel- en corruptie- en importschandalen in de landbouw, waardoor kleine boertjes hun graan niet op de eigen markt kwijtkonden. Kibaki heeft links en rechts wat topambtenaren ontslagen, maar geld genoeg om zijn eigen volk te voeden zegt hij niet te hebben. Hij wil daarom 500 miljoen dollar van de internationale gemeenschap. “Onzin,” vindt Kimani. “Kenia moet dit probleem zelf oplossen in plaats van eerst een hoop geld te verkwisten en dan het handje op te houden.”

Ook in de toerisme- en brandstofsector kwamen recent corruptieschandalen aan het licht; aan echt regeren komt de historische coalitie nauwelijks toe. Toch verwachten waarnemers dat het kabinet de rit zal uitzitten. “Vanwege egoïstische redenen zal de coalitie doormodderen,” zei minister Marta Karua vrijdag in de krant Daily Nation. Keniaanse politici horen tot de best betaalden ter wereld en zolang ze in het zadel zitten kunnen ze hun achterban belonen. Ministers en parlementariërs die hebben aangezet tot geweld ontlopen bovendien strafvervolging zolang ze op het pluche zitten.

Een poging om de kritische media – feitelijk de enige oppositie – te muilkorven strandde onlangs, maar vertrouwen in de politiek heeft geen Keniaan. Als we vanuit Naivasha naar de Yes we Can-school op het Kinangop-plateau zijn gereden, breekt er weer een glimlach door bij Kimani. “Dat Obama’s vader een Luo was, maakt geen enkel verschil,” zegt zijn vriend Wachira Kariuki. “Wij zijn trots dat hij de Kenianen bij elkaar heeft gebracht in feestvreugde. Na de onlusten en de economische crisis, zal zijn band met Kenia het toerisme herstellen.”

Hoewel Kimani beter zou moeten weten, deelt hij het optimisme van degenen die met t-shirts, kalenders, bierflesjes en andere parafernalia met Obama’s beeltenis pronken of die hun baby’s Barack of Michelle noemen. “We zijn de 51e staat van de VS. Je komt elke dag wel iemand tegen die de neef van Obama zegt te zijn.”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s