Van de prins geen kwaad

Standaard

Aan goede bedoelingen geen gebrek bij het vakantieproject op het Mozambikaanse schiereiland Machangulo, waar kroonprins Willem-Alexander aan meedoet. In de voetsporen van zijn vader en grootvader wil hij zielsgraag iets doen voor Afrika. Het levert de paar duizend inwoners werk, schooltjes en een kliniek op. Maar de bouwfase laat voorlopig een spoor van blunders, teleurstellingen en geschonden afspraken achter. Of de bevolking er beter van wordt, blijft de vraag. Vakantievieren op een afgelegen, arme locatie in een corrupt land lijkt voor een toekomstige Koning onnodig omslachtig en risicovol. De Telegraaf nam een kijkje ter plekke.

„Natuurlijk mopperen de mensen! Ze vinden de salarissen te laag, ze moeten te hard werken, dat soort dingen”, zegt Filamon Chivambo met een laconieke grijns. Na een schitterende, maar slopende tocht door het mulle zand van Machangulo, voelt Filamon’s Place als een oase. Eenmaal goed bekeken oogt de uit balken en golfplaten opgetrokken General Dealer & Bottle Store op het strand van Santa Maria als een geïmproviseerde keet.

Toch staat de 35-jarige Chivambo bekend als de ’Rockefeller’ van Machangulo: hij verkoopt alles, van vishaakjes tot bruine bonen en whisky, hij spreekt naast Portugees ook Engels en behoort tot een handjevol mensen met een auto. Hij heeft er zelfs vier.

„Ja, de prins heeft hier ook wel eens wat gekocht”, glundert Chivambo. Achter zijn winkeltje loopt een pier de zee in, gebouwd als deel van het project dat hier steevast Panorama heet. Het is eb en over het drooggevallen wad krioelen miljoenen krabbetjes en het mangrovebos haalt adem. „Ik had tien jaar lang een winkeltje in de Zuid-Afrikaanse havenstad Durban, maar ik ben teruggekomen toen Panorama hier begon te bouwen. Dankzij mijn ervaring werd het een succes en kan ik steeds uitbreiden.”

Trots laat Chivambo een kasboek zien, waarin hij de uitgaven opschrijft van het gezin van Stuart Ward, sinds vorig jaar projectleider van Panorama, dat nu de Machangulo Group heet. Plots betrekt zijn gezicht. „Ik moet zo weg naar de vergadering van de lokale bevolking met de projectleiding.” Niet alleen de lokale werklui zijn ontevreden over hun maandloon van 2400 meticais (60 euro). Zo wil Chivambo een nieuwe winkel openen, hij toont enthousiast zijn professionele bouwplannen, maar geeft de overheid hem nul op het rekest. „Ze zeggen dat Panorama hier de landrechten heeft en ik het aan hen moet vragen. Dat is natuurlijk waanzinnig. Ik ben hier geboren.”

Het klinkt als Expeditie Robinson. In lemen hutjes aan de met mangrove begroeide westelijke waddenkust wonen de ronga sprekende Mozambikanen. De mannen vangen vis, de vrouwen verbouwen cassave, zoete aardappelen, cashewnoten, mafurrazaden (voor olie) en wat maïs. Aan de oostkust van het schiereiland, met fotogenieke zandstranden en beboste duinen, gaat de jetset wonen, inclusief de kroonprins en zijn gezin. „Deze rijken hadden voor hetzelfde geld beter ergens anders in Mozambique kunnen bouwen en dan hadden ze ook nog eens 4000 huizen voor de lokalen daar kunnen neerzetten”, smaalt Giel Delport. De Zuid-Afrikaanse projectontwikkelaar kent het land op zijn duimpje, maar vindt het project van de prins ’volkomen onpraktisch’.

De kosten zijn enorm omdat al het bouwmateriaal per boot en tractor moet worden aangevoerd. „En die vijf schooltjes die ze gebouwd hebben, zijn leuk, maar de kinderen moeten nog steeds kilometers lopen en goede leraren willen niet in zo’n uithoek werken.” Delports zoon Chris, een fervent duiker, heeft andere zorgen. „Als je daar een hotel neerzet en de toiletten in zee lozen, is het koraal tussen Machangulo en het eiland Inhaca binnen tien jaar weggevaagd. In de Maputobaai, waar het riool van de hoofdstad Maputo in wordt geloosd, zit al geen enkele garnaal meer.”

Zonder Cessna of helikopter kost de reis per boot van hoofdstad Maputo naar Santa Maria vier uur. Wie een auto met vierwielaandrijving heeft, neemt de rulle zandweg door het Maputo olifantenreservaat. De rit vanuit Maputo is relatief kort (120 kilometer), maar duurt lang (zes uur). Gelukkig is het natuurschoon in het reservaat adembenemend. De Mozambikaanse overheid hengelt daarom al langer naar buitenlandse investeerders om ook dit ongerepte reservaat als zon-, zee- en strandbestemming te exploiteren.

Grasvelden, bossen en meren vol gevaarlijke nijlpaarden en krokodillen wisselen elkaar af. En natuurlijk olifanten, die regelmatig buiten hun reservaat komen om te snoepen in de malse moestuinen van de bevolking. Eenmaal in Santa Maria kunnen toeristen terecht in het nette Ponta Torres Camp. „Over het algemeen zijn we hier blij met Panorama”, vertelt Chivambo later. Tegenover zijn winkel staan de blauw geschilderde betonnen marktkramen, gebouwd door Panorama. Pontificaal op de binnenplaats staat een gebouwtje leeg. Hier zouden winkels in moeten komen en een restaurant van Isaac Nhonguane, de plaatselijke traditionele leider, die een goede kok is. Maar het centrum is nog steeds niet aan de gemeenschap overgedragen. „Het is inmiddels al voor de tweede keer geverfd”, schampert men in het dorp. Het gebouw is een paar jaar geleden gerealiseerd door de hier populaire architect John Fleming, maar zijn bedrijf Blue Bay verdween uit het project vanwege duistere financiële praktijken van Flemings zakenpartner Dave Dahlman.

„Helaas hebben onze mensen nog steeds geen ervaring met metselen of timmeren, dus ze krijgen alleen de simpele baantjes bij Panorama, zoals materiaal vervoeren en wegen uithakken in het bos”, klaagt Chivambo. „Als over een aantal jaren de bouw voorbij is, dan hebben onze mensen nog steeds geen enkele ervaring.” Maar dan grijnst hij weer. „Ik ben een zakenman, geen politicus. Ik steun Panorama, want als mensen geld hebben, profiteer ik ervan.”

Even verderop zit Jose Manuel, een bouwvakker uit Zimbabwe. Hij zou graag teruggaan naar zijn thuisland, maar daar zijn geen banen en hij werkt voor Vilanculos Madeira (VM), de huidige hoofdaannemer. „Het kostte me moeite om een baan in Mozambique te vinden en mijn familie te voeden, maar nu heb ik goed werk. Er zitten zeker veertig Zimbabwaanse bouwers in Machangulo.” Manuel bevestigt dat er een handjevol van de zeventig geplande villa’s klaar is en dat de bouw van het huis van de prins inmiddels begonnen is. „Maar de aanvoer van materiaal is problematisch, we wachten vaak lang voor we verder kunnen.”

De volgende ochtend staat Isaac Nhonguane klaar. Het gebied rond Santa Maria, waar de vijftiger als traditioneel leider de ’baas’ is, draagt zijn naam. Machangulo heeft één regulo (een soort koning) en twaalf induna’s, traditionele leiders die elk een stuk land besturen. Stuk voor stuk krijgen de induna’s een nieuw optrekje van Panorama, maar dat van Nhonguane is het fraaist, want hij werkt ook als kok, lodgemanager én onderhandelaar voor Panorama. Maar vandaag is Nhonguane boos, vooral op VM. „Het is een Mozambikaans bedrijf, maar de baas is een Zuid-Afrikaan, Craig. Hij heeft niets op met de mensen hier. Ik wil dat de prins weet dat dit geen goede man is. Panorama had beloofd de dhows van lokale mensen te gebruiken, maar VM gebruikt nu eigen, grotere schepen. Dat is niet goed.”

Dat Nhonguane zich tot Willem-Alexander richt, is niet vreemd. Al sinds het eerste bezoek van de prins – om een stuk bouwland uit te zoeken – functioneert hij als zijn gastheer en kok in de Panorama Lodge in Ponta Abril. „Hij is ook bij mij thuis geweest. De prins is als familie, een ontzettend aardige man met veel interesse in het leven hier. Hij houdt bovendien van mijn gerechten uit de Engelse keuken.”

Enthousiast laat Nhonguane een mooie plek langs één van de binnenmeren zien. „Kijk, hier heb ik een picknick georganiseerd voor de prins en zijn vriend Alejandro.” De in Argentinië geboren New Yorkse vastgoedinvesteerder Alejandro Tawil is directeur van vennootschap Machangulo SA, waar de prins via de Stichting Administratiekantoor Machangulo aan deelneemt. Tawil liet onlangs de effecten van het Panorama-project op de lokale bevolking onderzoeken.

In het rapport schetst de Italiaanse Afrika-kenner Alessandra Soresina een somber beeld. De regenwateropvang bij de nieuwe schooltjes is bijvoorbeeld nu al kapot en er zijn niet genoeg stoelen en tafels. „De projectleiders zeggen: als de mensen niet melden dat er wat mis is, dan kunnen zij ook niet helpen”, aldus Nhonguane. Schrijnender is de situatie in de gezondheidszorg, zo blijkt als we bij de nieuwe kliniek in Santa Maria aankomen. „Deze kliniek is nu zeven maanden klaar. Kijk, de muren beginnen al te scheuren, maar het is nog steeds niet in gebruik. Wie om de reden vraagt, krijgt steeds een ander antwoord.”

De enige bestaande kliniek is in Ndelane, midden in Machangulo, 17 kilometer lopen vanuit Santa Maria. „Dat is veel te ver als je ziek bent”, zegt Isaacs oudere broer Michael. Drie jaar geleden zijn een ambulance en een opknapbeurt voor deze oude kliniek beloofd, zegt Isaac. „Daar horen we niets meer van.” Een dokter is er niet, alleen een verpleegster en haar assistent. „En aan het einde van de maand zijn onze medicijnen vaak op, het duurt erg lang voor we nieuwe krijgen”, vertelt assistent Cecilia Mathlaba.

Soresina pleit in haar rapport voor de aanleg van putten voor schoon drinkwater, omdat cholera en tyfus op de loer liggen. „Onnodig”, vindt Nhonguane, „wij drinken het water uit de meren en deze rietvelden. Misschien dat westerlingen er ziek van worden, wij niet.” Willem-Alexander zal ervan gruwen, want als internationaal waterexpert is hij een fervent voorvechter van schoon drinkwater en toiletten.

Tijdens de burgeroorlog (1977-1992, red.) hielden de Renamorebellen huis in Machangulo en vluchtten de meeste mensen naar Inhaca, Maputo en Zuid-Afrika. In 1980 woonden er volgens de nationale statistieken 5545 mensen op Machangulo en in 1997 nog maar 2895. Renamo vernielde destijds ook een kleine ijsfabriek, waardoor vissers nu eerst naar Maputo moeten varen om ijs te halen om hun vangst op de vismarkt te kunnen verkopen.

Nadat een megalomaan Amerikaans wildparkplan van James Blanchard III voor Machangulo op de klippen liep, ging de Mozambikaanse regering in zee met Panorama, dat op plannen broedde sinds Zuid-Afrikaan Rob Garmany Machangulo ’ontdekte’ in de jaren negentig. „Zij hebben het land hier niet gekaapt”, vindt Nhonguane. „Ze hebben er netjes om gevraagd en een overeenkomst gesloten met de gemeenschap.” Nhonguane heeft makkelijk praten, want hij behoort tot de notabelen die een mooi huisje cadeau kregen.

Soresina waarschuwde in haar recente rapport voor „ongebreidelde immigratie, wat onherroepelijk zal leiden tot conflicten, de verspreiding van ziekten, tekorten, diefstal en illegal acties als stroperij”. Hier is Nhonguane niet bang voor. „Er zijn de laatste jaren ontzettend veel mensen teruggekomen, nadat Panorama hier is begonnen. Er is plek genoeg.”

Nhonguane is wel bezorgd dat het luxe hotel, strandpaviljoens en villa’s met dure spullen op de oostkust criminelen uit Maputo of Zimbabwe zullen aantrekken.

Wat er na de bouw van de vakantievilla’s met Machangulo gebeurt, is ook voor Nhonguane onduidelijk. Veel wordt verwacht van een gepland luxe zevensterrenhotel, waarbij de kleurrijke miljardair Richard Branson betrokken zou zijn. De kans dat het geplande hotel veel ongeletterde lokale mensen aan het werk zal zetten, is echter klein. „Elk huis heeft misschien een bewaker en een schoonmaker nodig, maar verder? We zullen het wel zien.”

Volgens Nhonguane begrijpen de inwoners van Machangulo nog steeds niet waarom de prins en andere rijken der aarde een huis bouwen op hun onherbergzame, onvruchtbare landtong. „Maar ik begrijp het wel, want de investeerders hebben het mij uitgelegd. Ze ontvluchten de drukte en de stress van hun veeleisende leven in Europa en Amerika. Hier in het afgelegen Machangulo voelen ze zich echt vrij.”

Een paar uur nadat traditioneel leider Isaac Nhonguane een rondleiding over zijn grondgebied heeft gegeven, komt hij lijkbleek terug. „Alsjeblieft, schrijf niet over ons bezoek aan de bouwsite. Als daar iets over verschijnt, ben ik mijn baan niet zeker.” De Britse projectleider Stuart Ward blijkt Nhonguane met ontslag te hebben gedreigd, vanwege het kijkje dat we hebben genomen op de plek waar prins Willem-Alexander zijn villa laat bouwen. „Ward dreigde mij met van alles en nog wat.”

Een dag eerder had Ward al duidelijk gemaakt geen enkel commentaar te willen geven. Hij bleek flink gefrustreerd over de journalistieke interesse in dit „privéproject, waarbij allerlei oude koeien uit de sloot worden gehaald”. Toch zal hij moeten wennen aan de blijvende aandacht in Nederland voor het vakantieoord van de prins. Overigens, sommige huizeneigenaren hebben hun villa juist vanwege deze reden al doorverkocht.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s