Voedselparadijs Afrika

Standaard

Terwijl miljoenen hongerige mensen in Ethiopië, Soedan en Kenia aangewezen zijn op voedselhulp, leasen China, Zuid-Korea, India en de golfstaten de laatste jaren miljoenen hectares vruchtbare landbouwgrond. Een broodnodige investering of neokolonialistisch landjepik?

Aangespoord door de wereldwijde voedselcrisis van vorig jaar hebben rijkere landen de afgelopen anderhalf jaar zeker 20 miljoen hectare land verworven in Afrika – naar schatting 10 procent van de landbouwgrond op het continent is nu al in buitenlandse handen. De Verenigde Naties maken zich zorgen en hopen dat de Voedseltop in Rome komende week regels opstelt om de uitwassen in te dammen.

Want in sommige gevallen is de situatie wel heel scheef. Saoedische investeerders pompen 100 miljoen dollar in graan- en rijstboerderijen in Ethiopië, terwijl het Wereldvoedselprogramma er de afgelopen vier jaar evenveel geld uitgaf aan voedselhulp. Als klap op de vuurpijl hoeven de Saoediërs de eerste jaren geen belasting te betalen en mogen ze de complete oogst op transport zetten naar het olierijke woestijnland, dat zelf maar weinig landbouwgrond heeft.

Ook in Soedan mogen investeerders – Zuid-Korea, de Verenigde Arabische Emiraten, Egypte – 70 procent van de opbrengst exporteren en een rivierdelta in Kenia is nu een wingewest voor Katar. In beide landen worden dagelijks miljoenen mensen gevoed door hulporganisaties.

India en China zijn eveneens uitermate actief in Afrika en leasen miljoenen hectares tegelijk. Ex-president Marc Ravalomanana van Madagaskar beloofde het Zuid-Koreaanse Daewoo de helft van het ontginbare land voor biobrandstofgewassen – het leidde eerder dit jaar tot zijn smadelijke aftocht tijdens een grotendeels door het volk gesteunde staatsgreep.

Veel van de deals zijn de laatste jaren in het geheim gesloten en de lokale bevolking profiteert nauwelijks, oordeelt het IFPRI – een instituut voor voedselbeleid in Washington DC. In sommige gevallen loopt alleen de politieke elite binnen van deze nieuwbakken ’bananenrepublieken’. Die term kwam enkele decennia geleden in zwang toen (westerse) landen dictaturen in het zadel hielden omdat hun landen smakelijke gewassen verbouwden, zoals koffie, suiker of bananen.

Natuurlijk beloven de investeerders nieuwe zaden, infrastructuur, werkgelegenheid, scholen en ziekenhuizen. China heeft bovendien onderzoeksstations opgezet om uit te vogelen hoe de opbrengst kan worden vergroot in typisch Afrikaanse omstandigheden. Lokale boeren zouden van deze kennis kunnen profiteren. Datzelfde China importeert echter het liefst eigen arbeidskrachten: volgens schattingen arriveert binnenkort de miljoenste Chinese landarbeider in Afrika.

Het zogenaamd ’lege’ land dat Afrikaanse overheden verpachten wordt in de meeste gevallen bovendien gebruikt door herders en kleine boertjes die van de grond afhankelijk zijn. Ook speelt land een belangrijke rol in traditionele stammenwetten en veel plekken hebben een culturele, sentimentele of een politieke betekenis. De coup in Madagaskar heeft aangetoond dat al te goedgeefse regimes – of gulzige politici – de toorn van het volk kunnen verwachten. Zeker nu de afkeer groeit tegen ’buitenlanders die onze banen afpikken’.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s